Inzicht in jouw talent is een ontdekkingsreis!


Het leven zou je ook een reis kunnen noemen waarin je allerlei ontdekkingen doet en keuzen maakt. Je wil niet verdwalen maar leren hoe je een juiste keuze maakt. Een keuze die bij jou past.

Het onderstaande verhaal is een voorbeeld van een leer,- en ontdekkingsreis.

Een jonge luitenant stuurde een peloton voor een verkenningstocht een onherbergzaam deel van de Alpen in. Na enige tijd begon het hevig te sneeuwen en hard te stormen. De luitenant was vreselijk bezorgd. Hij vreesde dat hij zijn manschappen de dood had ingestuurd. Op de derde dag echter keerde de eenheid tegen alle verwachtingen in toch terug in het basiskamp. Ze vertelden hoe ze de weg waren kwijtgeraakt, hun tent hadden opgezet en daar gebleven waren tot de sneeuwstorm was gaan liggen. Gelukkig vond een van de mannen een kaart in zijn zak. Ze kwamen er achter waar ze zich bevonden en liepen vervolgens terug. Na de terugkeer gevierd te hebben, vroeg de luitenant aan de manschappen of hij de kaart eens mocht zien. Na enige tijd kwam hij er tot zijn eigen verbijstering achter dat het een kaart van de Pyreneeën was!  

Dit verhaal komt uit een gedicht van Miroslav Holub, het gedicht heet; ‘Brief Thoughts on Maps’  Gebruikt door Karl Weick (professor en organisatiepsycholoog) als lesmateriaal.

Wat leert ons dit verhaal? Dat een plan, goed of fout, mensen aanzet tot handelen. Op het moment dat mensen gaan handelen, creëren ze tastbare resultaten in de omgeving (context) waarin ze leven. Dit helpt hen te ontdekken wat er gebeurt, wat begrepen moet worden en welke vervolgstap gezet moet worden. Een plan is nodig om in beweging te komen en actie is nodig om te kunnen leren de juiste koers te vinden. Daarom vonden de soldaten ook de weg naar huis – ondanks de verkeerde kaart. Ze gingen op weg, ze hadden een doel voor ogen en ze hadden een beeld waar ze waren en waar ze naartoe gingen. Ze leerden onderweg wat ze aan het doen waren, ze ontdekten de patronen van het landschap, zo kwamen ze uiteindelijk weer terug in het kamp.

Uit dit verhaal blijkt ook dat een (goede) kaart, kompas en verrekijker ‘handige’ hulpmiddelen zijn bij het uitzetten van jouw koers. Zie onderstaand Talentkompas

Ga op pad met jouw eigen unieke Talentkompas!

Een kompas is een hulpmiddel, een navigatiemiddel, waarmee je je kunt oriënteren en een begaanbaar pad kunt vinden. Het kan zijn dat je nu niet weet welke kant je op moet. Je bent de weg even kwijt. Op deze pagina’s geef ik je wat (reis) informatie zodat je meer beeld krijgt bij mijn begeleidingsmethode. Een manier hoe jij kan ontdekken hoe jij je door de bomen je weg door het bos weer terug kan vinden. 

Om te weten hoe jouw kompas werkt moet je;

  • jezelf beter leren kennen. (zelfkennis)
  • jezelf misschien anders gaan leren zien. (reflectie)
  • de omgeving (ver)kennen

Het kompas heeft allerlei elementen in zich voor persoonlijke groei: puzzelstukken, elementen die leiden tot dieper inzicht.  Dit zijn enkele elementen waaruit het kompas is samengesteld:

  • Passie,
  • Inspiratie (hieronder ligt de interesse)
  • Talent
  • Persoonlijkheidsdynamiek
  • Aandacht (bewustzijn van wie ik ben, concentratie)
  • Kernkwaliteiten
  • Drijfveren
  • Actie (ambitie)
  • Terugkoppeling (Feedback en Feedforward)

Verschillende van deze elementen zullen onderstaand worden behandeld. Ik raad je aan, om tijdens het lezen, af en toe een blik op het kompas te werpen.

Passie en inspiratie

Het verkennen van de horizon doe je met een verrekijker. Deze verrekijker heeft twee bijzondere lenzen.  Verbeeldingskracht en verlangen. Met verbeeldingskracht kun je je een kijk op de toekomst vormen. Dit gaat samen met het verlangen van dat wat je heel graag zou willen.  Dit verlangen, deze passie is het vuur, de energie en de emotionele verbinding (connectie) met een activiteit. Passie maakt het mogelijk om je te blijven inzetten en om die extra inspanning te leveren die nodig is om vooruitgang te boeken, iets bijzonders te realiseren of om anderen te inspireren en daar ook nog eens plezier in te hebben! Als het gaat om onze hobby’s en activiteiten buiten of binnen ons werk, weten we vaak heel goed waar we passie voor hebben en praten we hier graag over. We hebben dan twinkelingen in onze ogen als we hierover praten. Passie, aspiratie en ambitie liggen dicht bij elkaar en zijn nauw met elkaar verbonden, maar zijn dus niet hetzelfde. Passie heeft te maken met interesse, inspiratie met zingeving en ambitie met resultaat.

Persoonlijkheidsdynamiek

Dit heeft alles te maken met je temperament je aard en je karakter. Dit zijn verschillende aspecten van onze dynamische persoonlijkheid.

Met temperament bedoel ik jouw typische patronen van gedrag, gevoelens en reacties. Je natuurlijke temperament is van invloed op hoe je de wereld ziet, hoe je je daarin gedraagt en wat jouw belangstelling en jouw passies opwekt. Waar je aandacht naar uit gaat. 

Met aard bedoel ik jouw normale stemmingen en houding: of je bijvoorbeeld van nature opgewekt bent of cynisch, optimistisch of pessimistisch, of je doorgaans denkt dat je glas half leeg is of half vol. (mindset)

Met karakter bedoel ik al jouw morele kwaliteiten, zoals eerlijkheid, loyaliteit, moed, vastberadenheid en het tegenovergestelde daarvan en de variaties daarop.

Temperament en aard vormen mede jouw algemene oriëntering op de wereld. Attitude en houding zijn een uitdrukking van je temperament en je aard, maar die zijn meer specifiek. Een lichamelijke houding is een houding die we aannemen om iets praktisch te doen: een tennisbal serveren, een gewicht optillen. Een mentale houding is ook een houding die we aannemen met betrekking tot een situatie, een probleem of bijvoorbeeld een relatie. Deze mentale houding noemen we een attitude. Dat is een zienswijze (mindset). In de meetkunde spreken we over een hellingshoek. Twee mensen die naar dezelfde gebeurtenis kijken, kunnen iets heel anders waarnemen; Ze kunnen het ook vanuit dezelfde fysieke positie zien maar met een compleet verschillend ‘gezichtspunt’. 

Aandacht en drijfveren

Deze liggen in het kompas op één lijn met elkaar. Wat wij waarnemen (voor waar aannemen) wordt ‘gefilterd’ door onze drijfveren, waarden en overtuigingen. Het terugkijken (feedback) krijgen van anderen helpt je om vraagtekens te zetten bij jouw overtuigingen. Voorbeeld van een overtuiging is dat jij denkt dat je altijd “je eigen boontjes moet kunnen doppen”. Met deze overtuiging kun je heel ver komen maar je er ook van weerhouden om hulp te vragen als ‘je vast zit’. 

Bewustzijn

Het bewustzijn van je eigen mogelijkheden is een zelfvertrouwen dat van binnenuit komt, uit geloven in je passie, inspiratie en je ambities, gecombineerd met het kennen van je kwaliteiten. Zelfvertrouwen drukt zich op een subtiele wijze uit in je daden en wordt door anderen ‘gevoeld’. Dit gaat hand in hand met bescheidenheid. Vertrouwen aan de buitenkant is vaak een vermomming voor onzekerheid. Deze vorm (ver)toont zich door veel woorden en weinig daden. Mensen met echt zelfvertrouwen hebben over het algemeen minder behoefte om hun onzekerheid te vermommen, omdat ze accepteren dat je niet perfect hoeft te zijn. De invloed van anderen op ons zelfvertrouwen is groot. Er bestaat een enorme wisselwerking tussen het vertrouwen dat iemand in ons heeft, het gedrag dat die persoon naar ons toont en de invloed die dit heeft op ons zelfvertrouwen en de ontwikkeling van ons potentieel. 

Potentieel

De kwaliteiten die je optimaal benut betreft de prestatie en je talent dat je nog (veel) verder kunt ontwikkelen is je potentieel.

Mogelijke indicatoren voor jouw potentieel zijn:

  • Het tempo van leren en (nieuwe) activiteiten eigen maakt. De behoefte aan nieuwe toepassingen en uitdagingen.
  • Het nemen van initiatief.
  • De neiging om werkwijzen en toepassingen ter discussie te stellen of te willen veranderen en verbeteren.
  • Het zich aanbieden voor extra projecten of taken.
  • Het vrijwillig oppikken van extra verantwoordelijkheden.
  • Het hebben van potentieel betekent niet dat je ergens ook meteen uitmuntend in bent! Het betekent dat je talent hebt dat je, als je er moeite voor doet, kunt ontwikkelen tot een hoger niveau. 

Omgeving en actie

Jouw omgeving (ouders, vrienden) is van onschatbare waarde en vrijwel altijd bereid om zich voor je in te zetten. Veranderingen slagen beter wanneer je anderen betrekt bij wat je probeert te realiseren. Talent is de drager van onze kernkwaliteiten, die vaak ook in een andere omgeving (bredere context) benut kan worden. Het helpt dan ook om jouw omgeving te betrekken bij het ‘ophalen’ van feedback  (360°)  over jouw kwaliteiten. Vraag hun ook gericht om aanmoediging, verbetertips waar je later weer feedback en/of hulp bij krijgt. Dit wordt feedforward genoemd.

Onderneem daarom actie in het ophalen van feedback én feedforward. Wacht niet tot anderen iets doen of tot je alle details van een plan hebt uitgewerkt. Maak een begin, doe de eerste stap, en de puzzelstukjes beginnen op hun plaats te vallen. Dit doe je door je omgeving te verkennen, door nieuwe activiteiten uit te proberen, nieuwe plaatsen en mensen ontmoeten. Je moet nieuwe kansen benutten en jezelf testen in verschillende omstandigheden. Dingen doen waar je een beetje bang voor bent, maar die je nieuwsgierig maken. Als je geen nieuwe dingen uitprobeert, zul je nooit ontdekken wat je allemaal kunt.  

Stephen Covey schreef het boek; zeven eigenschappen van effectief leiderschap. De eerste van deze zeven eigenschappen is pro-activiteit.  Covey introduceert de cirkels van invloed en betrokkenheid. Zie onderstaand.

De binnenste cirkel heeft betrekking op alle zaken waar wij invloed op of zelfs controle over hebben. De buitenste cirkel heeft betrekking op zaken waar wij een betrokkenheid bij hebben, maar die we niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden. Een voorbeeld is dat je direct invloed hebt op wat je eet, maar niet op je gezondheid. Door je cirkel van invloed te vergroten, bijv. gezond eten en sporten vergroot je de indirecte invloed op je gezondheid.

Proactieve mensen concentreren zich op zaken die binnen de cirkel van invloed liggen. Zij werken aan dingen waar ze iets aan kunnen doen. Dit geeft positieve energie en door dit te doen vergroten zij hun cirkel van invloed. Mensen die zich vooral richten op zaken die zich binnen hun cirkel van invloed bevinden, zijn zich ook meer bewust worden van de keuzes die ze hebben

De beweging van de kompasnaald

Om iets te kunnen zien moet je geconcentreerd zijn, met aandacht kijken. Weten wat je graag wil vraagt om bezinning. Om de volle aandacht te richten op dat wat voor jou in het ‘middelpunt staat van jou interesses. Dit is dat wat jouw grootste passie is en wat jou inspiratie geeft. Daarom is de naald verbonden met het hart en met dit ‘middelpunt’. Deze naald wijst naar dat wat jij het liefste wil. Waar jij je toe aangetrokken voelt. Je in je ‘element’ voelen is iets doen wat heel natuurlijk voor je is en wat je heel graag doet. Dit  ‘element’ is ‘de naald’ van jouw innerlijke kompas. 

Passie betekent een diepe persoonlijke aantrekkingskracht tot iets – een sterke affiniteit of een enthousiasme dat kan leiden tot een diepgaande vreugde en vervulling. Passie is  een vorm van liefde, houden van wat je doet. De natuurlijke aantrekkingskracht voor specifieke dingen of activiteiten.

Een krachtige uitslag van de kompasnaald is waarneembaar als je van binnen een gevoel koestert dat je een doel hebt in je leven wat verbonden is met een diep verlangen wat je koestert. Een doel wat ‘alles’ voor je  betekent. Een doel wat motivatie (innerlijke beweging) verlangen en inspiratie verbindt met jouw hart. Deze combinatie drijft het leven naar iets wat veel meer lijkt op spelen dan op werken. (Spreuken 8: 30)  Ze wordt aangedreven door de liefde. Deze ‘aandrijving’ wordt gevormd door drie verschillende vormen van de liefde. (Douma) Weergegeven in drie Griekse woorden, nl. eroos,  agapè en filia. Allereerst kan de liefde de vorm van eroos hebben. Het is de genegenheid, de begeerte die zich richt op God of mensen (ouders, levenspartner of vriend), maar ook op mooie dingen, zoals op kunst, cultuur en techniek. De liefde kan ook gekenmerkt zijn door agapé. Deze vorm van liefde ontvangt niet maar geeft. Het is de liefde waarmee ouders alles over hebben voor hun kinderen, of waarmee we ons inzetten voor onze naaste en voor God.  De derde vorm van liefde is filia, waaronder de liefde voor de structurering, de wonderlijke ordening van het leven. Wat hier opvalt, is niet het begeren, het verlangen maar de bewondering die wij hebben en het respect dat we tonen voor de structuren die God aan het leven gegeven heeft. De orde die Hij aan het leven oplegt, het elkaar liefhebben. Deze derde vorm van liefde laat zien dat liefde en recht (oprecht gedrag) met elkaar harmoniëren. Deze drie vormen van liefde zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen een alles omvattend verband. Deze ‘aandrijving’ beweegt de kompasnaald naar daar waar het ‘hart naar uitgaat’. 

In de Bijbel, o.a. het boek Prediker, eeuwenoude wijsheidsliteratuur, kunnen we lezen en leren wat dit alles omvattende verband betekent. Jan Hoogland en Maarten Verkerk werken dit prachtig uit in hun boek met de titel; Prediker, levenswijsheid voor bestuurders en professionals (2010) De Prediker leert ons dat hij wie naar een vervuld leven streeft, dit niet moet zoeken in het eigen handelen, in het stellen van doelen of in het hebben van succes, maar streven naar een ontvankelijke levenshouding. Dit omdat het leven ons  gegeven is. Geven is de kern van liefde en de essentie van liefhebben. Het leven is een gunst: het is je gegund. Je mag het ontvangen, in al zijn onvoorspelbaarheid, moeilijkheid én schoonheid. Vertrouw erop dat Hij die jou het leven gunt eropuit is jouw leven tot vervulling te zien komen. Prediker geeft levensles en daartoe behoort het mogen genieten van alles wat je bereikt hebt, waarvan je slechts kunt genieten als je beseft dat ook de door jou behaalde successen je geschonken zijn. 

Er wordt vaak gesteld dat als je ‘de top’ wil bereiken, je een goede route moet uitzetten. Dat geldt niet alleen voor een peloton soldaten in de Alpen, maar ook voor mensen met ambitie. De algemeen geldende opvatting is; succes dwing je af! Aan deze mentaliteit is een schadelijk nadeel verbonden: hoe meer je je leven plant, hoe gevoeliger je wordt voor alles wat je planning doorbreekt. Sterker nog, door afhankelijker te worden van de planning, wordt de gevoeligheid van ons bestaan voor storingen groter. Menig mens en organisatie ondervindt dagelijks hiervan de nadelen. Wij leren van Prediker dat je moet  oppassen dat je niet afhankelijk wordt van je drang om te plannen. Wie zich volledig afhankelijk maakt van zijn plannen en het controleren er van, verleert het omgaan met de onvermijdelijke tegenslagen in het leven. Het streven naar de perfecte beheersing van de tijd maakt slachtoffers: je sluit je af voor het onverwachte en daarmee voor de mogelijkheid om iets te ontvangen wat ‘van waarde is’ en wat zin geeft aan je leven. Het huidige denken in termen van doelstellingen en het behalen van aantoonbare resultaten (het doel-middel-denken) kent allerlei eenzijdigheden en valkuilen. Bijvoorbeeld; het behalen van succes, wat gelijk staat aan het verrichten van enorme inspanningen om doelstellingen te realiseren die geen zin geven aan het leven. Dit heeft een vervreemdende werking op elk mens. Jonger of ouder. Juist door je te trainen in onbevangenheid kun je leren om te leven van wat je toevalt en proberen te genieten van wat je ontvangt, in plaats van steeds (dwangmatig) je eigen geluk zelf te moeten regisseren. Dit brengt een enorme ontspanning in je leven. 

Het gaat hier om het ontwikkelen van een levenshouding die uitdrukt dat men alles in de juiste verhoudingen kan zien. (agapè én filia)  Om tot dat inzicht te kunnen komen, is reflectie nodig, en dan vooral het vermogen om over jezelf na te denken: zelfreflectie. Tot het vermogen tot zelfreflectie behoort ook de mate waarin iemand in staat is signalen uit zijn omgeving op te vangen en daarmee iets te doen. Dit betreft een open, leergierige en ontvankelijke houding.

Breinbalans en het Talentkompas 

Om jezelf en je omgeving te begrijpen (zelfinzicht) verwerk je allerlei signalen uit je omgeving. Je gebruikt hiervoor zowel je linker- als je rechterhersenhelft. Een goed gebruik van je hersenen is afhankelijk van de integratie van het gehele brein. Integratie betekent de evenwichtigheid en ordelijkheid van samenwerking. Dit wordt bepaald door het bedraden en herbedraden van onze neurale netwerken. Een goede horizontale en verticale integratie is zichtbaar in evenwichtig gedrag. Ons brein is op dit evenwicht ingesteld, het is zo gebouwd. Onze hersenbalk (corpus callosum) is een bundel vezels die over het midden van het brein loopt en de rechterhersenhelft met de linker verbindt. Door deze bundel, zenuwbanen, worden energie en informatie-eenheden geleid. Deze energie is de fysieke eigenschap (prikkels) die ons in staat stelt om iets te doen; de informatie-eenheden zijn bijvoorbeeld woorden en ideeën die we gebruiken om te communiceren.  De communicatie tussen de twee helften van je brein voert over deze vezels, waardoor de twee kunnen samenwerken als een team. Waarbij het rechterbrein is verbonden met de lichamelijke sensaties en gewaarwordingen, die onze emoties creëren. Daarom zijn al onze beelden, sensaties en herinneringen vanuit de rechter hersenhelft doortrokken van emoties. Wanneer je uit balans wordt gebracht door een negatieve emotie en het daaruit voorvloeiende ‘boze, bange of bedroefde gevoel’ volgt een onbewuste reactie. Bijvoorbeeld; om je veiliger te voelen vlucht je. En de vluchtroute loopt vanuit je onvoorspelbare beeldrijke rechterkant-land via ‘de evenwichtsbalk’ naar het meer voorspelbare en gecontroleerde logische land van de linkerkant. Wanneer je telkens je emoties ontloopt ligt er een gevaar op de loer. Doordat je te zwaar op je linker brein steunt kun je in spannende situaties de dingen niet in perspectief zien, je mist de betekenis omdat je de context (samenhang) niet ziet. Het zien van samenhang is een specialisme van het rechterbrein. Inzien in wat in een bepaalde situatie voor jou een goed perspectief en van zinvolle betekenis behoort tot het zelfinzicht.  Wat niet alleen bepalend is voor het zien van kansen, mogelijkheden maar ook voor en het maken van goede keuzes. 

Zelfinzicht geeft uitzicht op het verkennen van de horizon. Dit verkennen doe je met een verrekijker waarvan de lenzen in-, en uit kunnen zoomen. Dit doordat je ervaren hebt hoe jij gebruik kunt maken van de knoppen;  ‘perspectief en betekenis’. 

Deze verrekijker kun je ook ‘omdraaien’ en als een hulpmiddel gebruiken om naar jezelf te kijken, een hulpmiddel om te kunnen reflecteren.

Zelfinzicht neemt ook toe als onze communicatie – met anderen en met onszelf – ons helpt te reflecteren op wie we eigenlijk zijn, wat we kunnen en wat er in ons omgaat. Met reflectie kunnen we onszelf observeren met openheid en objectiviteit. We kunnen onze hevige emoties en gevoelens gaan leren ervaren als slechts een deel van het verhaal van wie we zijn. We kunnen zo leren omgaan met een intense emotie zonder ons erin te verliezen. Geen explosie maar de expressie, het uitdrukking geven en waarderen van ons eigen unieke mens zijn. Voor reflectie is een afstemming op het ik nodig, die ondersteunend en vriendelijk van aard is, niet een veroordelende houding van onszelf en de ander. Naarmate we groeien in ons vermogen om onszelf te kennen, worden we ontvankelijk om elkaar te kennen.

Breinwerking en het Talentkompas

Elke situatie vraagt van onze hersenen om (on)bewuste aandacht en een reactie. Wanneer dit als negatief wordt ervaren is dit een SAR-moment. Dit is een moment wat de alsmaar strakker opgewonden veer in jou laat springen. Je klapt dicht of je deelt er één uit. Een moment waarop je reageert met vluchten of met vechten (over de rooie gaan) of je blijft in balans en reageert evenwichtig. We blijven in balans en verbinding wanneer het rechter- en het linker brein geïntegreerd zijn. Dan kunnen we situaties niet alleen benaderen vanuit de beheerste, rationele plek van het linker brein – waar we belangrijke beslissingen kunnen nemen, problemen kunnen oplossen en grenzen kunnen versterken – , maar ook vanuit het rechter brein, waar we ons bewust zijn van de gevoelens en sensaties van ons lichaam, zodat we liefdevol kunnen reageren op de behoeften van de ander.  We hebben dan het vermogen ontwikkeld om een impuls te beheersen. Heftige gevoelens te laten zakken en daarna een goede beslissing te nemen. Het is het raken van de juiste snaar, de juiste toon, die de muziek (resonantie) maakt. Elke situatie in ons leven, samen met de ander, dus ook elke relatie, vraagt van onze geest, ons hart en onze hersenen om bewuste navigatie van aandacht, actie en het aanvoelen van de reactie van de ander. Een SAR moment kan worden omgebogen naar een moment waarbij je de juist SNAAR-zoekt en vindt bij jezelf en bij de ander. Ons hart en onze hersenen zijn zo gemaakt dat zij zich afstemmen op dit ‘muzikale spel’ en zó vergroten we bewust onze geestkracht. Hier zijn diverse technieken en methoden voor beschikbaar. Het begint met de kennis van de belangrijkste delen van ons brein.

Het handmodel van de hersenen

Als je je duim in het midden van je handpalm legt en er dan je vingers overheen buigt, heb je een 3-D model van de hersenen. Het gezicht van de persoon zit aan de voorkant van de knokkels, de achterkant van het hoofd op de rug van je hand. Je pols staat voor het ruggenmerg, oprijzend vanuit je ruggengraat, waar de hersenen op rusten. Als je je vingers optilt en je duim omhoog doet, zie je de binnenste hersenstam in de vorm van je  palm. Leg je duim terug en je ziet ongeveer de locatie van de limbische zone. Buig je vingers er weer overheen en je schors (cortex) zit op zijn plek.

Deze drie gebieden – hersenstam, limbische zone en cortex – vormen één brein. Omdat ze zijn ingedeeld van onder naar boven – van de binnenste en lagere hersenstam, via de limbische zone naar de buitenste en hogere hersenschors – zouden we dit ‘verticale integratie’ kunnen noemen. Het brein is ook verdeeld in twee helften, links en rechts, dus neurale integratie moet ook een koppeling inhouden tussen de functies van de twee kanten van het brein. Dit zouden we ‘horizontale integratie’  kunnen noemen. 

De limbische zone

Het limbische systeem ligt diep in het brein, ongeveer daar waar je duim zit in het handmodel. Het werkt nauw samen met de hersenstam en het lichaam om niet alleen basisdrijfveren te creëren maar ook onze emoties. Dit zet ons aan of motiveert ons om te handelen in reactie op de betekenis die we toekennen aan wat ons op dat moment overkomt. Om ons bewust te worden van de gevoelens in ons – om er bewust aandacht aan te besteden en ze te begrijpen– moeten we deze gecreëerde emotionele toestanden koppelen aan onze cortex.

De cortex 

De buitenste laag van de hersenen is de cortex of hersenschors. De cortex creëert complexere impulspatronen, die een driedimensionale wereld representeren die dieper gaat dan alleen de lichaamsfuncties en overlevingsreacties die worden gestuurd door het limbisch systeem. Mensen kunnen door het complexere, frontale deel van de cortex ideeën en concepten vormen en innerlijke landkaarten ontwikkelen die ons inzicht geven in onze innerlijke wereld. De frontale cortex maakt zelfs neurale impulspatronen die zijn eigen voorstellingen voorstellen. Met andere woorden: dit stelt ons in staat om te denken over ons denken. Het mooie hiervan is ook dat dit ons nieuwe capaciteiten geeft om te denken; om dingen voor te stellen, om feiten en ervaringen te herschikken en om te creëren.  We concentreren ons hier nu op het gebied van de twee middelste vingernagels. Dit gebied verzorgt belangrijke regulerende functies, die variëren van het bepalen van lichaamsprocessen – door toezicht op hersenstamactiviteit – tot het creëren van een ‘muzikaal SNAAR-moment’ door te pauzeren voor we handelen, om inzicht en empathie te hebben. 

Veer,- en geestkracht en het Talentkompas

De ‘basis’ van onze geest kan worden afgebeeld als een kompas, met het hart in het midden. Vanuit dit midden lopen de spaken van de windroos, die de binnenkant met de buitenrand verbinden. De rand vertegenwoordigt alles waar we aandacht aan kunnen besteden of waar we ons bewust van kunnen worden: onze gedachten en gevoelens, onze dromen en verlangens, onze herinneringen, onze waarnemingen van de buitenwereld en de sensaties van ons lichaam. 

Het hart, ons ik, is het inwendige van de geest van waaruit je je bewust bent van alles wat er buiten en binnen je gebeurt. Dit is verbonden met de prefrontale cortex, die het hele brein helpt te integreren. Vanuit dit deel van onze hersenen neem je beslissingen. Het is ook het deel van het brein dat je dieper met anderen en jezelf laat verbinden. Ons bewustzijn zetelt midden in onze geest, en van daaruit kun je je op de verschillende punten op de rand van het kompas richten. Veelal is onze aandacht ‘gericht op de rand’ van het kompas, op de rand van ons bewustzijn. In plaats van onze omgeving, onze (leef)wereld vanuit het midden te bekijken en de vele randpunten te integreren, richtte wij al onze aandacht op een paar ‘randverschijnselen’. Met als gevolg dat we “fixeren’ dat we vast komen te zitten op één of een paar specifieke aspecten van ons wezen, ons mens-in-deze-leef-wereld-zijn. Wanneer we ons bijvoorbeeld niet begrepen voelen, kan het zijn dat wij onszelf identificeren (vereenzelvigen) met die tijdelijke ervaring. We maken dan geen onderscheid meer tussen ‘voelen’ en ‘zijn’, in plaats van te begrijpen dat het gewoon is hoe we ons op dat moment voelen. Ik voel me niet begrepen’ of ‘Ik voel me nu verdrietig’ maakt dit plaats voor ‘Ik ben eenzaam’ of ‘Ik ben verdrietig’. Het gevaar is dat de tijdelijke toestand van de geest kan worden waargenomen als een permanent deel van het zelf. Deze toestand wordt dan beschouwd als een eigenschap die bepaalt wie we zijn. Met als gevolg; demotivatie, een verkeerd zelfbeeld, een ‘scheef groeiende identiteit’ of zelfs depressiviteit. Wat zichtbaar wordt in ongezond gedrag. 

Dit kompas is een hulp,- leermiddel bij het richten van de aandacht en bij het kiezen. Het geeft een handvat om de verschillende delen van jezelf ‘onder de loep te nemen’ en te integreren. Het geeft het midden aan tussen de uitersten van chaos; rechterhersenhelft en rigiditeit (verstarring) van de linkerhersenhelft. Het is behulpzaam bij het verkrijgen van zelfinzicht en door bewust te kiezen worden niet alleen ervaringen gestuurd, maar ook hoe te reageren op de omgeving. In de loop der tijd leert het gebruik maken van dit kompas om de aandacht te richten op manieren waarbij betrokkene en zijn/haar omgeving het meest gebaat is. Zoals veer-, en geestkracht ook op de moeilijke momenten. Met de juiste intentie en inspanning kun je nieuwe mentale vaardigheden opdoen. Ervaren dat je vanuit het midden de randpunten op je eigen kompas van bewustzijn kunt opmerken maakt je bewust van wat je voelt en wat je doet.  Door je aandacht te verplaatsten naar je eigen Noorden, verander je je mentaliteit. Sterker nog, wanneer je je aandacht op jouw Noorden richt, creëer je feitelijk nieuwe plezierige ervaringen die zowel de activiteit als uiteindelijk ook de structuur van jouw brein zullen veranderen. Dit hele proces – van neurale activatie tot neurale groei en versterkte verbindingen – is al elders uitgelegd en heet neuroplasticiteit. 

Waarnemend vanuit het midden van het kompas, het hart ga je het bredere perspectief van de andere randpunten zien. Je hebt nu veel meer kans om te reageren zoals je wilt,  Dat is de essentie van kompassie; je willen en kunnen verbinden met de ander. Deze verbinding is afhankelijk van empathie, van de herkenning van de gevoelens, verlangens en standpunten van de ander. Ook hier is ons brein voor gemaakt, het beschikt over spiegelneuronen, deze speciale neurale cellen zouden we ook ‘sponsneuronen’ kunnen noemen, als een spons zuig je op wat je in het gedrag, de intenties en de emoties van een ander ziet. Gebaseerd op wat je in je omgeving ziet (en hoort, ruikt, aanraakt en proeft), kun je niet alleen het beoogde gedrag van anderen spiegelen, maar ook hun emotionele toestand. Met andere woorden, dankzij spiegelneuronen ben je misschien niet alleen in staat om andermans gedrag te imiteren, maar ook om hun gevoelens te resoneren. Je bent in staat dankzij jouw brein om de juiste snaar bij de ander te raken. Je voelt niet alleen welke handeling er nu aankomt, maar ook wat de onderliggende emotie is. Een hele belangrijke competentie als het gaat om samenwerken met anderen. 


Het hart van het Talentkompas

In 1935 kwam van J.H Bavinck het boek (2e druk) uit; “Inleiding in de zielkunde”. In 1984 volgde de uitwerking van een christelijke psychologie en Antropologie van Ouweneel. In deze uitwerking waren, destijds, de nieuwste inzichten vanuit m.n. de neurologie verwerkt. Beide werken zijn, in de vergetelheid geraakt, maar blijken, nog steeds, zeer actueel te zijn. Zo ook de uitwerking van Bavinck m.b.t. de integratie en organisatie van de persoonlijkheid. Zijn definitie van een persoonlijkheid is als volgt; een georganiseerde en tot zelfbewustzijn gekomen ik-zelf relatie. Bij deze definiëring van een persoonlijkheid komt het op twee dingen aan, op de organisatie en op het zelfbewustzijn. Het eerste kenmerk van een persoonlijkheid is altijd de éénheid. Een mens kan in zoverre persoonlijkheid genoemd worden, als dat de vermogens en krachten in het innerlijk van deze mens met elkaar ‘zijn samengevoegd’, in verbinding zijn gekomen. Tweede kenmerk is dat een tot synthese gekomen innerlijk (samenvoeging) ook een zekere mate van zelfbewustzijn, helderheid van geest, geestkracht moet bezitten. 

Tot deze innerlijke ‘organisatie’ behoren de volgende vermogens van het hart.

Het ontvangen (Ontvankelijkheid) In ons bewustzijn nemen wij waar dat zij openstaat voor allerlei indrukken uit de buitenwereld. Deze ‘organisatie’ is ‘ontvangend’ naar buiten toe via de zintuigen. Lang niet alle indrukken kunnen door het bewustzijn verwerkt worden. Daar ‘vult’ het onder- bewustzijn (onbewuste) deze ontvangende functie in aan. 

Het bewaren. Ook dat nemen wij waar. Zodra wij voorstellingen, begrippen enz. nagaan, valt het ons op dat er beelden van vroeger terugkeren. Dit wordt ondersteunt door het geheugen; de herkenning. Het bewaren is ook een selectief proces. Die indrukken die onze interesse hebben worden beter bewaard andere ‘laat ze los’.

Het verbinden. Het verbindend vermogen in de organisatie van ons innerlijk. Wat ontvangen en bewaart is wordt voortdurend, ‘al dan niet op verzoek’ met elkaar in verband gebracht. Ondersteunt door het denken. Specifieker uitgedrukt brengt verbanden en samenhang aan in het innerlijk van de mens door het ‘midden-denken’.

Het waarderen. Elk voorwerp van onze aandacht wordt een bepaalde waarde toegekend.

Het verlangen. Ons hart is verlangend. Dat is haar vermogen dat gericht is op vernieuwing. Terwijl zij ontvankelijk is aanvaardt ze de wereld niet zoals deze zich aandient. Telkens wil ze er veranderingen in aanbrengen. Ze vormt de wereld naar haar inzicht. De werkelijkheid is mogelijkheid, daar is nog van alles van te maken. Dit vermogen is actief, grijpt in, wil de werkelijkheid beïnvloeden. Het is de wil die doeleinden stelt. Een vermogen dat het talent, en de verdere ontwikkeling daarvan, in de richting van die doeleinden beweegt.

De gehoorzaamheid. Deze vijf vermogens die door Bavinck zijn benoemd moet worden aangevuld. Deze aanvulling niet alleen vanwege huidige wetenschappelijk (neurologisch) onderzoek. Maar ook vanuit de bevindingen (leer, leef-ervaringen) van Augustinus en door het lezen van de Bijbel. Het is het vermogen dat onze ouders ons van jongs af aan willen bijbrengen en de ‘grondrichting’ bepaald van ons bestaan: gehoorzamen. Gehoorzamen waaronder,  het luisteren, spreken; (be)horen (be)antwoorden (be)loven), is hét vermogen om onze liefde te tonen. Wanneer we de hiervoor benoemde vermogens bezitten maar we (hebben het) gehoorzamen niet, ‘verschralen en verdwalen’ we op onze levensweg. Gehoorzaamheid, gevoed door de liefde vanuit het geloof, is het vermogen dat de persoonlijkheid doet groeien naar een bepaalde richting en bestaansniveau.

Het zijn deze vermogens die vanuit het hart sturing en richting geven aan het leven. Het is de liefde die deze vermogens en al onze krachten (zie elders op deze site) verbindt en aandrijft. 

Het hart is het centrum, het midden, van ons innerlijk, van onze persoonlijkheid. Niet ons brein, onze hersenen ‘besturen’ of bepalen wie we zijn, dit ‘doet’ ons hart! Vanuit het hart zijn de uitgangen van het leven. (Spreuken 4:23) Deze uitgangen, deze opening, ligt dus in het midden van de mens. Stel je nu het volgende voor; jij staat in deze opening, met je rug naar je hart toegekeerd. En we gaan er vanuit dat jij een doel voor ogen hebt wat  ‘alles’ voor je betekent. Wat zie je dan?

Je ziet een denkbeeldige lijn (een weg) lopen vanuit deze opening naar dit doel. Een doel wat in de toekomst ligt. Het is een wonderlijke samengestelde lijn. De kern ervan bestaat uit liefde. Daaromheen ligt verlangen, passie, inspiratie, interesse. Er doorheen, tussen het hart en het doel ‘flitsen’ helder jouw intenties (bedoelingen) heen en weer. Deze ‘corresponderen’ met jouw motivatie. Je neemt deze lijn waar met je zelfbewustzijn. Je kijkt naar jezelf, je kijkt naar jouw identiteit. Het dichtste bij deze opening, bij je hart ligt dat wat voor jou de hoogste waarde heeft. Daar vlakbij liggen jouw levenswaarden en jouw drijfveren. Kijk je langs deze hartlijn, door je innerlijk heen, dan zie je van alles. Als je wat langer kijkt zie je hier meer ‘patroon’ in komen. Rondom de opening van je hart ligt de spirituele structuur. Deze bestaat uit drie dimensies en vormen een denkbeeldige driehoek rondom het hart. Het betreft de;

  1. Cognitieve dimensie; het leren (kennen) met behulp van waarnemen, het denken; overleggingen, inzichten, het verwerven resp. bezitten van de waarheid omtrent iets
  2. Creatieve dimensie; verbeelding, het zich verbeelden, zich inbeelden, iets voorstellen, indenken en uitdenken
  3. Conatieve dimensie; het willen, d.i. bewust streven naar, bewuste keuzen, kiezen en beslissen

Daar waar deze lijn je innerlijk verlaat, net daarvoor liggen al je zintuigen. Tussen je zintuigen en de spirituele structuur in liggen je emoties. Waar bevinden zich dan jouw kwaliteiten? Hoe dichterbij daar waar je nu staat, de opening van jouw hart, hoe belangrijker, hoe kernachtiger deze zijn. Deze zijn zo dichtbij, en groot, dat je ze niet goed kunt zien. Je gaat ze goed zien als je ze verbindt met jouw kern, jouw identiteit. Daarom worden dit ook jouw kernkwaliteiten genoemd. Deze zijn ook goed verbonden, gehecht aan jouw spirituele structuur. Waar vinden we dan jouw talent?  Talent is op deze site gedefinieerd en verbonden met de liefde en ook benoemt als drager in samenhang met balans en evenwicht.  Deze ‘coördinaten’ plaatsen het talent in de kern van de persoonlijkheid. Inzicht in jouw talent is leren kijken vanuit het hart en ontdekken wat jij dan ziet. Dit met aandacht kijken vanuit jouw hart naar je eigen innerlijk wordt weergegeven met de Noordpijl van het kompas.

 

Keer terug van jouw Talentkompas naar Ontwikkel jouw talent

Keer terug van jouw Talentkompas naar Talentenbranche